Een kijkje onder de motorkap.

De achterhand van de windhond verschil op meerdere vlakken met die van de andere rassen. Het enige ras uit een andere rasgroep waarbij we hetzelfde principe zien als bij de Windhond is bij terriers goals o.a. bij de Bedlington Terriër.

Het grootste verschil ligt hem voornamelijk in de ligging van het kruis en de lengte van de beenderen. Het kruisbeen ligt meer hellend bij de windhond waardoor er een fallaway arch ontstaat waarin de welving van de lendenen overgaat in een dalende lijn van de croup.
Niet bij alle windhonden is deze fallaway even sterk aanwezig en-/of nodig. Bij dieren die op heuvelachtig terrein hun werk moesten doen zien we dat het bekken schuiner ligt dan bij die dieren die op vlak terrein de prooi moesten bemachtigen.
Het heupbeen bestaat uit 3 aan elkaar vergroeide botten, het darmbeen, zitbeen, en schaambeen en heeft in tegenstelling tot de voorhand een vaste verbinding met de achterbenen van de hond, dit dmv een kop en kom gewricht.

Nu is het simpelweg gesteld aan de ligging, de hoek die het maakt tegenover de horizontaal, en de lengte van het kruis of de hond geschikt is voor pure snelheid of voor het snel zijn op heuvelachtig terrein en wendbaarheid/snelheid bij coursing.
Het is niet zo dat hoe meer helling van het bekken hoe beter, aan alles zit een grens en ook spelen er veel meer factoren mee om de achterhand optimaal te laten functioneren voor het type werk dat het zou moeten doen.

Is het principe dat meer helling meer behendigheid toelaat, het brengt ook beperkingen met zich mee. Honden die een sterker hellend bekken hebben kunnen over het algemeen de achterbenen ver onder het lichaam brengen maar niet zo ver naar achteren als de hond met een minder sterk hellend bekken. Hierdoor kan de snelheid van het dier afnemen. Nu wordt de werking van het achterbeen puur door spieren verricht, spieren die goed de ruimte moeten hebben om zich stevig te verankeren met het bot. We zien dan ook bij de Windhond vaak een relatief langer kruis dan bij de andere rassen.
Voor het mogelijk maken om het been zo goed mogelijk naar achteren te strekken is vooral van belang dat het Ischium(zitbeen) lang genoeg is. Het Ischium is uiterst belangrijk voor de windhond (snelheid/wendbaarheid) en voor die dieren die veel opwaarts bewegen. Omdat het achteruit trekken van het been alleen aankomt op spierkracht is de conditie van de spieren van zeer groot belang of de hond het been voldoende kan strekken of niet. Het Ischium kan voldoende lengt hebben om ruim plaats te bieden aan de spieren maar als de spieren niet de vereiste conditie hebben zien we dit duidelijk terug in het gangwerk van de hond.
Ook kan het Ischium korter zijn maar door optimale spierconditie en aanhechting het been voldoende naar achteren strekken. Het ene sluit het andere niet helemaal uit zoals we zo vaak zien in de bewegingsleer.
Als we nu kijken naar de Afghaanse Windhond met die aparte zwevende gang in draf en de mogelijkheid om het achterbeen zeer ver naar achteren te strekken doet ons direct vermoeden dat dit ras vooral in dit deel van het heupbeen en spieren een andere ontwikkeling heeft doorgemaakt dan de andere windhondrassen.

Bij honden die niet de juiste spierconditie hebben zien we vaak minder ontwikkelde dijbenen . Deze dunne dijen worden veroorzaakt door een minder goede ontwikkeling van de Gastrocnemius de Semitendinosus en de Adductor. Deze buigers en strekkers van het achterbeen worden niet optimaal getraind met slechts een paar wandelingetjes aan de riem, duurtraining op een loopband of op een rustige draf naast de fiets. De juiste ontwikkeling van deze spieren zien we alleen bij die honden die ook de kans krijgen de achterbenen regelmatig optimaal te strekken en te buigen!

De hak

Voor een goede afwikkeling van de pas moet de hak recht en krachtig zijn.De hak moet zich helemaal naar achteren kunnen strekken voor een goede juiste afzet. Nu zullen we dat bij bv de Whippet niet zo snel zien in rustige draf maar in galop moet de windhond zonder moeite de hak volledig kunnen strekken. Sikkelhakkig zijn is een grote fout, hierbij wordt de hak schuin naar voren neergezet en de hond is niet in staat om de hak recht neer te zetten laat staan te strekken tijdens het gaan.

Voeten

De voeten van de windhonden zijn ook verschillend, dit verschil ligt voornamelijk op welk soort ondergrond de hond moest jagen. Wat wel alle windhonden gelijk hebben is dat de voet mooi gesloten moet zijn met goed gevulde voetzolen. Globaal gezien kunnen we zeggen dan een kleine voet geschikt is voor een hardere ondergrond en een grotere voet geschikt is voor een lossere ondergrond.

Bij het kwalificeren van de hond op schoonheid en functionaliteit moeten we er altijd rekening mee houden dat hoe optimaal de lengte en vorm van de botten ook is, zij van generlei waarden zijn zonder de spieren en het zachte weefsel. Het skelet zou slechts een hoop nutteloze botten zijn indien er geen spieren en zacht weefsel was. Spieren en zacht weefsel maken de hond en geven hem vorm. Dus hieruit kunnen we opmaken dat alleen een goede gezondheid en perfecte spierconditie schoonheid aan onze windhond schenkt.

Henny van den Berg