Het Effect van de anatomie op het gangwerk van de Show Whippet
.
Voor we het gangwerk van de Whippet goed kunnen begrijpen moeten we eerst kijken wat de standaard vraagt betreffende lichaamsconstructie en dan zien wat er mogelijk is met deze constructie.
De Whippetstandaard laat niet veel aan de verbeelding over en geeft duidelijk weer wat we moeten verwachten van het gangwerk. Natuurlijk is de Whippet een racemachine en niet in het verleden gefokt als een show paradepaardje. Doch als we de standaard goed bestuderen komen we er achter dat indien de Whippet juist gebouwd is, deze ook in de showring een correct en aangenaam, gangwerk kan laten zien passend bij de bouw van een sprinter.
Een sprinter is nooit evenredig gehoekt in voor en achterhand. Alleen evenredig gehoekte honden met normale beenlengte (niet de lange benen van een sprinter)en niet teveel bekkenhelling kan een uitmuntende draver zijn. Deze draf mogen we dus niet verwachten bij de Whippet.
Een hond die goed in balans is, is een hond met het juiste skelet en spierconstructie.
Doch, zonder de juiste spierontwikkeling/conditie kan deze hond totaal geruïneerd zijn.
De conditie van de spieren is van groot beland voor een goed gangwerk, alleen balans in ontwikkeling van de juiste spierconditie over het hele lichaam kan een goed/nuttig gangwerk geven. Honden die niet voldoende beweging krijgen kunnen nooit het juiste gangwerk laten zien.
Whippets die niet voldoende vrije beweging krijgen maar voornamelijk, bijvoorbeeld naast de fiets, worden getraind zijn anders gespierd dan een Whippet die de gelegenheid heeft iedere spier in zijn lichaam in conditie te brengen. De Whippet die getraind is op uithoudingsvermogen (fiets of tredmolen training) is vlakker gespierd dan de Whippet die een natuurlijke manier van beweging kent. Een Whippet is een sprinter en behoort duidelijk voldoende volume te hebben in de spierfibrillen, dit is zichtbaar door een mooie volle bespiering over het gehele lichaam.
Nek: Lang, gespierd, sierlijk gebogen.
Waarom die lange nek? De Whippet werd gefokt voor de jacht op het konijn en de haas. Een prooi die kleiner is dan de Whippet. Om deze prooi te kunnen vangen heeft de Whippet een lange hals nodig. De Whippet moet de hals buigen om de prooi te grijpen, een prooi die zich door vele haken te slaan probeert te ontsnappen, lengte in hals is hier noodzaak. Ook draagt een lange hals het hoofd hoger, handig voor de hond om over het gewas te kijken opzoek naar de prooi.
Niet op de laatste plaats biedt een lange hals ruimte voor de benodigde spieren die van groot belang zijn voor het goed functioneren van de voorhand.
Nek, lang en sierlijk gebogen.
Waarom sierlijk gebogen? Is dit alleen omdat het mooier staat? Nee, alle energie ontwikkeld door de spieren, gebracht van punt a tot aan punt b verliest zo min mogelijk van haar kracht indien zij wordt geleidt over een een zodanig vloeiend mogelijke baan, hoeken zouden een deel van de energie verloren doen gaan. Hierbij komt nog dat een gebogen lijn tussen twee punten krachtiger is en langer dan een rechte lijn dus meer ruimte voor de benodigde spieren.
Indien de nek van de Whippet te kort is (meestal veroorzaakt door een verkeerd liggend schouderblad) kan dit vaak nog, wanneer de Whippet in stand wordt gezet, verdoezeld worden. Maar zodra de hond begint te bewegen wordt de tekortkoming zichtbaar. De nek lijkt voor een deel te verdwijnen tussen de schouderbladen en de sierlijke uitstraling van onze Whippet gaat totaal verloren.
De handler probeert dit nog te corrigeren door de hond heel hoog op te trekken maar dit doet vaak alleen het zijplaatje enig goed, coming en going maakt de handler de tekortkomingen van de hond alleen maar erger. In de voorhand zien we een rommelig gangwerk, benen zwaaien van links naar rechts en bewegen ongecontroleerd in de gewrichten. In de achterhand zien we een ingehouden energie en de achterbenen worden meer onder het lichaam gebracht maar de hakken worden niet of nauwelijks gestrekt. Sommige vinden dit een aangenaam gangwerk om naar te kijken, persoonlijk doet dit soort gangwerk mij pijn aan de ogen.
Niet alleen een foute constructie van de voorhand veroorzaakt dit slechte gangwerk, ook het verkeerd voorbrengen van een hond met de juiste bouw heeft hetzelfde negatieve effect.
Iedere Whippet (hond) zou aan een losse lijn moeten worden voorgebracht, fouten in bouw en gangen kunnen niet worden verdoezeld tijdens het gaan door de hond zo hoog mogelijk op te hijsen. Een goede keurmeester kijkt hier dwars doorheen.
Ieder dier zal van naturen het hoofd in de richting van het gaan brengen. Naargelang de bouw, de een iets meer dan de ander. Dit voornamelijk om the grote nekspier zijn werk te laten doen. Deze spier, de Brachiocephalicus, loopt vanaf het achterhoofd over de nek en zet zich vast op de opperarm, deze spier is er mede verantwoordelijk om het voorbeen op de juiste manier naar voren te brengen.
Indien de hond verplicht wordt om met het hoofd te hoog door de ring te gaan wordt deze spier te strak aangespannen en wordt het been te hoog opgetild ipv naar voren getrokken.
Een goed gebouwde Whippet zal tijdens het gaan het hoofd enigszins naar voren buigen en daardoor de voorbenen lager over de grond naar voren kunnen brengen.
Voorhand:
Schouders, schuin en gespierd, de schouderbladen doorlopend tot de bovenkant van de wervelkolom waar zijn zich duidelijk moeten aftekenen. Voorbenen recht en rechtstandig: het front niet te breed, polsen sterk met lichte vering, ellebogen goed onder het lichaam geplaatst.
Schouders:
Op de borstkas is een ruimte waar het schouderblad zou behoren te liggen om optimaal te kunnen functioneren. Het schouderblad moet goed schuin liggen( voor windhonden is dit ongeveer 20-25 graden), indien het schuin ligt kan het langer zijn dan wanneer het meer rechtop zou staan. Dus weer meer ruimte voor de spieren! Ook hier geldt weer dat hoe schuiner niet beter is.
In alle oude boeken, zelfs nog wel eens in de nieuwere boeken, lezen we helaas dat het schouderblad een hoek zou moeten maken van ongeveer 45 graden. Later, door betere methodes van onderzoek, is wel gebleken dat dit onzin is en er praktisch geen normaal gebouwde hond is waarbij het schouderblad een hoek heeft van 45 graden. Meer realistisch is, voor een normaal gebouwde hond, om een hoek te hebben van tussen de 28-32 graden. Bij windhonden is de hoek van het schouderblad zelfs nog iets minder, zo rond de 20-25 graden. Bij honden die moeten graven ligt het schouderblad schuiner.
Bij een juist liggend schouderblad zien wij de toppen zich aftekenen net achter de nekaanzet. De punten van de schouderbladen mogen dus niet in de nek zitten. Ook mogen zij beslist niet te hoog uitsteken, dit zou bij het voorover buigen van de nek en de gallop de schoudertoppen tegen elkaar aan doen wrijven .
We zien bij een juist liggend schouderblad en een correct geplaatste opperarm enige voorborst.
De standaard zegt niets duidelijk over de hoek van de opperarm maar ze zegt wel dat de ellebogen goed onder het lichaam geplaatst moeten zijn. Een te steil opperarm zou het idee kunnen geven dat het lichaam van de hond achter de benen is geplaatst.
Een Windhondenfront kenmerkt zich vaak door een redelijk schuingeplaatst schouderblad met een langer iets steiler opperarm. Wordt er als algemene regel aangenomen dat, indien je een rechte verticale lijn trekt van de toppen van het schouderblad naar de grond, dat deze lijn dan dwars door de voetzool van de hond moet gaan, bij de windhond komt deze lijn vaak achter de voet uit.
De polsen moeten een flauwe hoek vertonen. Polsen van de Whippet zijn erg belangrijk. Zij hebben een functie als schokbrekers, indien de polsen te steil zijn zal de hond een stotend gangwerk vertonen in draf. In full speed zijn de polsen nog belangrijker. Zwakke polsen zijn uiteraard helemaal uit den boze. Deze zullen zeker op hoge snelheid voor blessures kunnen zorgen. Het principe is dat een wat steilere pols prefereerbaar is boven een zwakke pols. Windhonden tonen iets meer polsactie tijdens de draf dan andere rassen. Dit moet ze vergeven worden in de showring. Balans; de balans in een windhond, voornamelijk bij de sprinters, ligt niet in de evenredigheid van hoeking in voor en achterhand, iedere sprinter is meer gehoekt in de achterhand dan in de voorhand. Als we balans in hoekingen willen in voor en achterhand dan zal dat het wezen van de sprinter significant veranderen.
Voeten
Nette welgevormde voeten, goed ingesneden tussen de tenen, kootjes goed gebogen, voetzolen dik en sterk.
De voeten van een windhond zijn van het allergrootste belang.
De voet van de windhond is aangepast aan het terrein waarop hij jaagt. Zo zien we bij de Afghaan een grote ronde voet om niet weg te zakken en een betere afzet te hebben op een zanderig terrein. (denk aan de sneeuwschoen) De Whippet jaagt op een hardere ondergrond dus die heeft een kleine stevige voet nodig met dikke voetzolen.
Goed gebogen tenen geven ruimte aan dikke voetzolen. Deze voetzolen die gevuld zijn met vetkussentjes, dienen als schokbrekers en bescherming van de tenen.
Een zwakke voet brengt de hele voorhand uit balans.
Nette welgevormde voeten, goed ingesneden tussen de tenen, kootjes goed gebogen, voetzolen dik en sterk.
Fouten in de voorhand
Zoals gezegd de borstkas is zo gebouwd dat er een speciale plek is voor het schouderblad en opperarm. Het schouderblad is niet verbonden dmv een sleutelbeen zoals bij de mens maar wordt slechts door spieren op zijn plaats gehouden. Indien het schouderblad te ver naar voren is geplaatst kunnen de spieren die support geven en balans hun werk tijdens het gaan niet goed verrichten.
Deze incorrect geplaatst schouderblad/opperarm kan ook resulteren in een (optisch) te lange ruglijn en korte nek.
Een resultaat van deze fout in de voorhand kan zijn losse schouders, het moment dat de hond begint te bewegen brengt de hond het hoofd en hals dicht bij de horizontaal en we zien de toppen van de schouderbladen behoorlijk hoog boven de wervelkolom uitrijzen en weer dalen met iedere stap die de hond maakt.
Enige andere effecten op het gangwerk kunnen zijn:
Rocking (het schudden van het lichaam van links naar rechts)
Crossing ( het over elkaar plaatsen van de voorbenen ipv de benen recht naar voren te brengen)
Paddling (een roeibeweging maken beginnende bij de ellebogen)
Toeing in (het naar binnen plaatsen van de voeten)
Lichaam
Rug; Breed, sterk en wat lang, een duidelijke welving over de lendenen maar geen bochel.
Lendenen; de indruk gevend van sterkte en kracht.
Borst; erg diep met veel ruimte voor het hart, ribben goed gewelfd en goed gespierd over de rug.
De vorm van de borstkas is van het grootste belang voor het goed functioneren van het totale lichaam. De ribben moeten gewelfd zijn maar de borstkas mag niet rond geribd zijn! Bij een juiste welving zien we, indien we de hond van boven bekijken breedte over de rug met een meer afgeplatte zijkant van de ribbenkas die heel diep doorloopt. Een diepe borstkas is van belang om het hart ruimte te geven in de relatief smalle vorm van de borstkas. Doch hoe dieper hoe beter is niet waar. De borstkas moet nooit verder reiken dan de elleboog. Indien de borstkas te diep is kan de Whippet geen haken meer slaan tijdens de jacht. Iets meer ruimte onder de borstkas is voordeliger voor het werk.
De breedte van de rug wordt voornamelijk gevormd door de aanwezige spiermassa. De lengte van het lichaam zit meer in de lengte van de borstkas dan in de lengte van de lendenen.
De lendenen moeten in verhouding kort zijn en vloeiend overgaan in het bekken.
Op die plaats waar de ribben verbonden zijn met de ruggengraat is de rug optisch recht, niet omdat de wervelkolom daar recht is maar dit wordt meer veroorzaakt door een juiste spierontwikkeling.
Bij een hond die niet in een goede pierconditie is zien we vaak een dip op deze plek in de bovenbelijning. Ook als de ribbenkas te kort is en de lendenen te lang zien we een zwakke bovenbelijning die het meeste zichtbaar wordt tijdens de beweging. Door de knik in de bovenbelijning is de achterhand niet in staat de kracht vloeiend over te brengen naar de voorhand en zien wij diverse fouten in het gangwerk.
De rug moet vloeiend overgaan in de lendenpartij en deze vloeiende lijn zet zich voort tot aan het einde van het bekken.
Een Whippet met een te lange rug is in het nadeel als het op snelheid aankomt, zoals reeds eerder gezegd kost dit de hond teveel energie om het zwaarste deel van het lichaam, de voorhand, van de grond te tillen.
Een goede balans in lengte en hoogte van de Whippet is van groot belang voor de snelheid tijdens de sprint. De lengte moet komen uit een goede lengte van de ribbenkas die lang doorloopt en goed opgeribt is met daarbij een in verhouding kortere lendenpartij met de juiste welving.(Welving verbergt lengte)
De achterhand
Sterk, de hond moet in stand veel grond beslaan en grote stuwende kracht vertonen.
Dijen; breed.
Knieen; goed gebogen.
Tweede dij (kuit); goed ontwikkeld.
Hakken; laag geplaatst.
De hele beschrijving van de achterhand is die van een krachtig gevormde motor, geheel gebouwd voor snelheid. De dunne onontwikkelde dijen die we nog wel eens zien bij de show whippet is dus echt a-typisch!
Harmonie tussen de onderlinge beenderen van de achterhand is van het allergrootste belang.
Een juiste ligging van het bekken is noodzakelijk, evenals de lengte van de bekkenbeenderen.
De hoek in welke het bekken ligt is belangrijk in welke mate de hond het been onder het lichaam kan plaatsen, de lengte van het laatste deel van het bekken is mede bepalend hoe ver de hond het been naar achteren kan plaatsen.
Zoals al eerder vermeld bij het lichaam heeft de windhond een achterhand die zo gevormd is dat hij het lichaam van de grond kan tillen en vooruit kan projecteren met een enorme snelheid. Harmonie is hier van het aller grootste belang. Zou de rug te lang zijn of te zwak dan moet de achterhand veel harder werken om het lichaam omhoog te krijgen. Dit is allemaal verloren energie. Als de beenderen van de achterhand te kort zijn dan is er niet voldoende ruimte voor die lange spieren die nodig zijn voor de sprint.
De hond moet in stand al tonen dat hij moeiteloos de achterbenen ver naar voren kan brengen, voorbij de voorhand. Het bekken moet hiervoor voldoende verbreedden. Ook moeten de beenderen van de achterhand de juiste vorm hebben en er mag geen koehakkigheid aanwezig zijn of uitdraaiende knieën en nauwheid waarbij de hakken te dicht bij elkaar geplaatst zijn. Een grote fout in de windhond is zwakke hakken, zowel in stand als in beweging. Honden die koehakkig of nauw gaan kunnen niet alleen vroegtijdig slijtage in de achterhand oplopen maar zullen ook in snelheid inboeten.
Het gangwerk
Volledig vrij gangwerk. Beweegt van opzij gezien met lange, gemakkelijke passen, met behoud van bovenbelijning. De voorbenen moeten ruim naar voren worden gebracht, laag over de grond, de achterbenen worden goed onder het lichaam gebracht om grote stuwkracht te ontwikkelen. De algemene beweging mag niet houterig, steppend, kort of trippelig zijn. Zuiver in het komen en gaan.
We zien maar weinig Whippets die de hak strekken tijdens het gaan, vele Whippets trekken het been al weer op voor dat de hak zich kan strekken.
Nu kunnen we met de bouw van de Whippet niet verwachten dat deze een gangwerk zal tonen zoals bv een Afghaanse windhond maar een kort dribbel gangwerk in draf is ook niet wat we zouden moeten nastreven. Een Whippet is een pure sprinter maar zal in draf ook de soepelheid moeten tonen van een goed geoliede machine en niet voor het afzetpunt de hak alweer optillen!! De reden voor dit soort fouten in het gangwerk kan ondermeer zijn een ongunstige disharmonie tussen voor en achterhand. Een te sterk hellend bekken, sikkelhakken, niet de juiste ontwikkeling van de spieren in de achterhand of het te hoog optrekken van de hond tijdens het gaan in de ring.
Net zoals ieder dier het hoofd naar voren buigt in de richting van het gaan wanneer het in beweging is zal ook ieder dier proberen de benen onder het zwaartepunt van het lichaam te brengen tijdens de draf. Dit voorkomt dat het lichaam gaat zwaaien van links naar rechts. Het zwaartepunt van de hond ligt ongeveer achter de schouderpartij in het midden van de borstkas, ondermeer afhankelijk van de bouw van het ras.
Om het zwaartepunt zoveel mogelijk in het midden te houden zien we dat bij een bepaalde snelheid de hond de voeten dichter bij het zwaartepunt brengen. Het been blijft recht maar wordt schuin naar binnen geplaatst tijdens het gaan. Indien de hond zou draven met een behoorlijke hoge snelheid in het zand zouden wij de voetafdrukken van al de vier de voeten
slechts in een lijn afgedrukt zien. Dit moet niet verward worden met nauw lopen.
Als de hond nauw loopt is het been niet recht maar toont hoeken in de gewrichten.
Het eensporig gaan houdt het lichaam in balans en het zal slechts minimaal zwaaien van links naar rechts en op en neer,het nauw gaan geeft een stotend gangwerk en vaak zien we een hoop beweging onder de hond maar de hond heeft niet voldoende afzetkracht om goed vooruit te komen.
Het wijd gaan, wat we ook veel zien bij Whippets, heeft een zelfde negatieve uitwerking op het gangwerk in draf, het gangwerk is stotend en niet soepel zoals zou moeten. Het wijd gaan in de voorhand kan ondermeer veroorzaakt worden door een foutief gewelfde borstkas of beladen schouders (te sterk ontwikkelde spieren aan de binnenkant van het schouderblad), hierbij drukken de spieren de benen naar buiten.
Een hond die beter gehoekt is in de achterhand dan in de voorhand zal in de voorhand diverse acties vertonen omdat de voorbenen manieren zoeken van uitstel om het been op de grond te plaatsen. De voorhand krijgt teveel kracht aangeleverd van de achterhand. Natuurlijk kan men bij de whippet niet verwachten dat de hoekingen voor en achter volledig in balans zijn. We zien dus bij de whippet vaak wat meer beweging in de gewrichten van de voorbenen dan bij superieure dravers.
Een evenredig steile hond zal beter draven dan een hond die aan een zijde (voor of achter) beter gehoekt is.
Een harmonisch gebouwde hond kan a: door gebrek aan showpassie of b: door het foutief voorbrengen totaal uit balans gebracht worden tijdens het gaan.
Een Whippet is geen Italiaans Windhondje en daarom moet het ook niet zo voorgebracht worden met het hoofd rechtop het lichaam. Een goed gebouwde Whippet komt het best tot zijn/haar recht indien het geshowd wordt aan een losse lijn.
Een Whippet is gebouwd als een race machine maar dat betekend niet dat hij nooit normaal in draf zou gaan. Iedere hond zal meer draven in zijn leven dan sprinten. Daarom moet ook de Whippet een moeiteloze draf laten zien waarbij alle botten, spieren en gewrichten in balans met elkaar werken. Iedere afwijking hierin kan op latere leeftijd de hond slijtage bezorgen die hem of haar een pijnlijke oude dag kan bezorgen.
Henny v.d. Berg Mei 2005
aangepast november 2007